
21%, 9%, 0%? Welk btw-tarief hanteer je?
Nederland kent drie btw-tarieven: hoog (21%), laag (9%) en een 0%-tarief. Maar welk btw-tarief hanteer je?
Of je nu onderneemt als zzp-er, mkb-er of een multinationale onderneming drijft: als je in Nederland actief bent krijg je te maken met btw. Je hoeft geen specialist te zijn op het gebied van btw (die kun je inhuren), maar je kunt als ondernemer niet zonder basiskennis over deze belastingvorm. Sterker nog, uit onderzoek van de Kamer van Koophandel (KvK) bleek dat onderwerpen als boekhouding en btw voor veel (startende) ondernemers een bron van stress en onzekerheid zijn. Onnodig, alleen moet iemand het je wel even uitleggen.
Korte tijd geleden hebben we uitgelegd wat de btw precies is en hoe het werkt. In dit artikel duiken we iets dieper in de verschillende tarieven.
Elk land binnen de EU heft btw en hanteert daarbij een vergelijkbaar stelsel van tarieven. Alleen kan de hoogte van het tarief per land verschillen. Dat komt doordat de btw (ook wel bekend als omzetbelasting, of in het buitenland de VAT) Europees geregeld is. De Europese Richtlijnen schrijven voor dat lidstaten een standaardtarief hanteren van minimaal 15%. De regels bieden de mogelijkheid om voor bepaalde categorieën een verlaagd tarief toep te passen.
Het nultarief is een bijzondere categorie die weliswaar formeel een btw-tarief is, maar in de praktijk betekent dat er geen btw wordt geheven. Dat is iets anders dan dat je vrijgesteld bent van de btw. Wie vrijgesteld (bijvoorbeeld onder de KOR) is draagt geen btw af, maar mag ook geen btw terugvragen. Bij een nultarief verandert er niets aan je recht op aftrek van voorbelasting.
Iedere ondernemer die in Nederland belastbare prestaties verricht, is btw-plichtig en moet aangifte doen bij de Belastingdienst.
Het tarief van 21% is de standaard en geldt voor alle goederen en diensten die niet uitdrukkelijk onder een ander tarief of een vrijstelling vallen. Voorbeelden zijn kleding, elektronica, auto’s, meubels, horeca, kappers, software en de meeste zakelijke dienstverlening. Dit is het makkelijkste tarief: als er geen bijzondere regel van toepassing is, geldt 21%.
En twijfel je? Dan mag je altijd 21% rekenen, mits je dit netjes afdraagt.

Het te hanteren btw-tarief hangt af van de geleverde prestatie
Het tarief van 9% geldt voor een aantal categorieën waarvan de Regering heeft besloten dat ze deze maatschappelijk van belang zijn. Het gaat dan om bepaalde basale levensbehoeften en om zaken die een bepaald (vermeend) maatschappelijk nut hebben.
Tot 1 januari 2026 vielen er nog meer categorieën onder het lage btw-tarief. Zo viel logies (overnachtingen) tot de jaarwisseling onder het lage tarief, maar sinds 2026 onder het 21%. Dit heeft grote gevolgen voor hotels en B&B’s die hun bezettingsgraad zien kelderen door de hogere btw. Er was in eerste instantie sprake dat ook sport en cultuur hun plekje in het verlaagde tarief van de omzetbelasting zouden verliezen, maar dat besluit is teruggedraaid.
Het nultarief is van toepassing op een beperkt aantal specifieke situaties, waarvan internationale handel de belangrijkste is. De meest voorkomende gevallen zijn:
Let op: bij internationale transacties ben je verplicht het btw nummer van de afnemer te vermelden en moet je op de factuur aangeven dat sprake is van verlegging van de btw.
Een klein aantal diensten en goederen vallen niet onder één van de drie btw-tarieven. Deze zijn vrijgesteld van btw. Dit geldt voor aanbieders van medische zorg, onderwijs, verzekeringen financiële diensten en de verhuur van onroerend goed.
Aanbieders die vrijgestelde prestaties leveren hoeven geen btw op de factuur te berekenen en hoeven ook geen btw-aangifte te doen. Dat klinkt leuk, want minder werk, maar er zit een groot nadeel aan: je kunt ook geen btw terugvragen. Maar als je inkopen doet, moet je wél gewoon btw afdragen. En die kun je niet terugvragen. Voor dit soort organisaties werkt de btw dus kostprijsverhogend. Helaas.
Ook bij binnenlandse transacties heb je soms te maken met een factuur waarop geen btw wordt berekend. Dat komt door de verleggingsregeling. Verlegging wordt toegepast in sectoren waar fraude of complexiteit een rol speelt, zoals de bouw, uitzendbranche en handel in bepaalde goederen, en bij diensten door buitenlandse ondernemers aan Nederlandse btw-plichtigen.
Het verschil met 0% btw is essentieel: bij 0% is de btw daadwerkelijk nul. Bij btw verlegd is de btw wél verschuldigd — alleen door een andere partij. Wie als leverancier ten onrechte “0%” factureert in plaats van “btw verlegd”, riskeert naheffingen en boetes.