
Btw voorbelasting terugvragen: wanneer mag het (en wanneer niet)
Je bent ondernemer geworden om je geld te verdienen met iets wat je leuk vindt om te doen. Maar zoals men zegt: Den Cost gaet voor den Baet. Vaak zul je eerst geld moeten uitgeven voordat je iets kunt verdienen. Over die inkopen betaal je btw. Die voorbelasting kun je terugvragen.
De btw die je bij je inkopen betaalt is voorbelasting. Deze mag je bij je btw-aangifte terugvragen. Tenminste: als je aan de volgende voorwaarden voldoet:
In de volgende paragrafen bespreken we elk van deze voorwaarden. Maar eerst gaan we iets dieper in op het fenomeen “voorbelasting”.
Voorbelasting is de btw die jij als ondernemer betaalt aan je leveranciers. Wanneer je zelf btw-aangifte doet, mag je deze voorbelasting aftrekken van de btw die je aan je klanten hebt berekend. Je leverancier, die de btw van jou heeft ontvangen, zorgt dat de btw wordt afgedragen aan de fiscus. Zo ontstaat een treintje, waarbij de volledige btw uiteindelijk wordt betaald door de eindgebruiker (de consument.
Neem een keten waarbij een houthakker hout verkoopt aan de meubelmaker, die er een tafel van maakt die aan de consument wordt verkocht. De btw wordt geheven over de gehele toegevoegde waarde in de keten (vandaar: belasting op toegevoegde waarde).
De houthakker verkoopt voor € 100 hout aan de meubelmaker. Op de factuur staat € 100 + € 21 btw. De meubelmaker betaalt dit. De houthakker draagt haar € 21 af aan de fiscus, die het aan de molenaar teruggeeft. De molenaar heeft nu € 121 betaalt, maar krijgt € 21 terug. Het hout kost hem dus € 100. Na wat bewerkingen heeft de molenaar een mooie tafel, welke hij kan verkopen voor € 200. De uiteindelijk klant betaalt € 200 + 21% btw = € 242.
De meubelmaker draagt € 42 btw af. De consument kan deze niet terugbetalen en betaalt dus de volledige btw. De houthakker en de meubelmaker hebben per saldo geen btw betaald of ontvangen. Zij hebben slechts als doorgeefluik gediend, waarbij het effect is dat bij elke stap in de keten de btw over een stukje van de uiteindelijke belasting op de toegevoegde waarde bij de fiscus terecht is gekomen.
Laten we nu de verschillende voorwaarden nader bekijken.
Alleen ondernemers die btw-aangifte doen, mogen voorbelasting aftrekken. Ben je particulier, of heb je een vrijstelling (zoals een kleine stichting of zorgverlener onder de medische vrijstelling), dan heb je geen recht op aftrek. Ook wanneer je een kleine ondernemer bent die gebruik maakt van de kleineondernemersregeling (KOR) kun je de btw op je inkopen niet terugvragen.
Voorbeeld: Een huisarts koopt een nieuwe bureaustoel. Omdat medische dienstverlening btw-vrijgesteld is, kan hij de btw op de stoel niet terugvragen.
Voorbeeld: Mieke werkt als private banker. In het weekend werkt ze ook als fotograaf. Dit is een leuke hobby, waar ze ook wat geld mee verdient. Omdat ze in 2026 verwacht minder dan € 20.000 omzet te maken, valt ze onder de KOR. Ze hoeft geen btw in rekening te brengen, maar ze mag ook geen btw terugvragen.
Jolanda is ook fotograaf. Zij heeft Mieke alle kneepjes geleerd. Maar Jolanda werkt fulltime als freelance fotograaf. Zij verwacht in 2026 ruim € 55.000 omzet te maken. Jolanda is btw-ondernemer en kan de btw op haar inkopen terugvragen. Tenminste, als de inkopen ook aan de andere voorwaarden voldoen.
De goederen of diensten waarvoor je btw betaalt, moeten worden gebruikt voor activiteiten waarover jij zelf btw in rekening brengt. Gebruik je ze (deels) voor vrijgestelde activiteiten of privédoeleinden, dan is de aftrek beperkt of nihil.
Voorbeeld: Jolanda, de fotograaf, werkt zowel voor zakelijke klanten (belast) als voor huwelijksfoto’s die hij via een vrijgestelde artistieke regeling levert (vrijgesteld). Een nieuwe lens die zij voor beide gebruikt, mag hij slechts gedeeltelijk aftrekken — naar rato van het belaste gebruik.
Voorbeeld: Een freelance bouwer van websites huurt een werkruimte op de 8e verdieping van een kantoorgebouw. Op zaterdag bezoekt hij de bekende blauwe groothandel om een set tuinmeubelen aan te schaffen. Vanwege een aanbieding krijgt hij deze tuinset voor een heel scherpe prijs. Maar omdat tuinmeubelen niet bij zijn zakelijke activiteiten gebruikt worden, kan hij de btw helaas niet terugvragen.
Om voorbelasting af te trekken, moet je een geldige btw-factuur in je administratie hebben. De factuur moet voldoen aan de wettelijke eisen uit de Wet op de omzetbelasting (art. 35a).
Een geldige factuur bevat ten minste:
Voldoet de factuur niet aan al deze eisen? Dan mag je de btw niet terugvragen
Voorbeeld: Je ontvangt een kassabon van een drukkerij zonder btw-nummer. Die bon is geen geldige btw-factuur. Je kunt de btw niet aftrekken, tenzij de drukkerij alsnog een correcte factuur uitreikt.
Hoewel….

Een kassabon kán (soms) genoeg zijn om de voorbelasting te mogen terugvragen
De factuur-eis is simpel genoeg. Maar er is een uitzondering. Als het totale bedrag van de aankoop (inclusief btw) niet hoger is dan € 100 en er geen sprake is van internationale handel, mag je volstaan met een vereenvoudigde factuur (art. 34d). Deze vereenvoudigde factuur moet echter wel specificeren hoeveel btw is betaald.
Voorbeeld: Johan en Nora hebben allebei een eigen bedrijf. Ze besluiten een zakelijk succes te vieren met taart. Daarvoor gaan ze naar de winkel. Johan gaat naar een kleine bakker die taarten op bestelling maakt en komt op de zaak met een heerlijke taart en een handgeschreven bonnetje waarop staat dat hij € 109 heeft betaald.
Nora kocht haar taart in de supermarkt. Op haar bon staat het moment dat de taart is gekocht, dat deze netto € 100 kost, plus € 9 btw.
Omdat Nora een bon heeft waarop staat wat ze gekocht heeft en hoeveel btw daarbij is gerekend mag ze deze btw in aftrek brengen. Johan mag dat niet. Dat hij zelf prima kan uitrekenen hoeveel btw hij heeft betaald (100/109e x 109 = € 9) maakt geen verschil.
Je moet kunnen aantonen dat de goederen of diensten ook echt zijn geleverd of verricht. Staat er een factuur in je administratie voor een levering die nooit heeft plaatsgevonden, dan heb je geen recht op aftrek, ook niet als de factuur verder aan alle eisen voldoet. De bewijslast ligt bij jou als ondernemer.
Voorbeeld: Je ontvangt een factuur van een websitebouwer voor werkzaamheden die nooit zijn uitgevoerd. De factuur ziet er geldig uit, maar omdat er geen prestatie tegenover staat, mag je de btw niet aftrekken als voorbelasting.
De wet sluit een aantal kostensoorten expliciet uit van btw-aftrek, ook als aan de overige voorwaarden is voldaan. De belangrijkste uitsluitingen zijn:
Voorbeeld: Je geeft je beste klant een fles wijn van €40 en een boekenbon van €200. Totaal: €240 — dat is meer dan €227. De btw op het hele geschenk is daarmee niet aftrekbaar.
Gebruik je goederen of diensten zowel voor belaste als voor vrijgestelde prestaties? Dan mag je de btw slechts gedeeltelijk aftrekken. De verhouding wordt bepaald aan de hand van de pro-rataberekening: je maakt bij de inkoop een zo goed mogelijke schatting van het vrijgestelde gebruik, Over dat deel mag je de btw niet terugvragen.
Voorbeeld: Een adviesbureau haalt 80% van zijn omzet uit btw-belaste adviesdiensten en 20% uit vrijgestelde opleidingen. Op een factuur voor een nieuwe server van €5.000 excl. btw (€1.050 btw) mag het bureau 80% × €1.050 = €840 aftrekken.
Je maakt deze inschatting bij de btw-aangifte in het tijdvak van de inkoop. Aan het eind van het boekjaar maak je nogmaals een (nauwkeuriger) inschatting. Het verschil corrigeer je in een correctie-aangifte.
Koop je een investeringsgoed (zoals een machine of bedrijfspand) en verandert het gebruik in de jaren daarna? Dan kan de Belastingdienst de eerder toegestane aftrek herzien. Voor roerende goederen geldt een herzieningstermijn van 5 jaar, voor onroerende zaken (vastgoed) van 10 jaar.
Voorbeeld: Je koopt in 2024 een machine voor €50.000 excl. btw en trekt de volledige €10.500 btw af. In 2026 ga je de machine ook gebruiken voor vrijgestelde activiteiten (50%). De Belastingdienst herziet de aftrek over de resterende jaren en je moet een deel van de btw terugbetalen.
Het terugvragen van btw voorbelasting is het leukste stuk van je btw-aangifte. Maar je moet wél zorgen dat je aan de regels voldoet. Controleer dus bij elke inkoopboeking of je aan alle voorwaarden voldoet.
De vraag of je btw-ondernemer bent hoef je waarschijnlijk maar één keer te beantwoorden. Hetzelfde geldt voor de vraag of je btw-belaste activiteiten verricht. De vragen die je daarna stelt, kunnen een ander antwoord opleveren. Voldoet de btw-factuur aan de eisen, is er daadwerkelijk geleverd en is er geen sprake van een wettelijke uitsluiting of pro-rata berekening? Zorg dat je hier het juiste antwoord op weet, zodat je het juiste bedrag aan voorbelasting terugvraagt in je voorbelasting.